We're redesigning the new Global Witness website. You can get a preview here

Nederlandse regering kan transparantiewetgeving afzwakken terwijl schandaal rond betaling van Shell toeneemt

7th February 2013

Click here to read in English.

Voor onmiddellijke publicatie

Het schandaal rond een Nigeriaanse oliedeal, waarbij Shell en het Italiaanse bedrijf Eni betrokken zijn, en waarbij een bedrag van 1,1 miljard US dollar werd betaald dat terechtkwam in de boeken van een bedrijf dat wordt geleid door een corrupte voormalige Nigeriaanse olieminister, wordt alleen maar groter. Daarbij komt de Nederlandse regering onder steeds toenemende druk te staan om de opt-out-mogelijkheden, waarmee ondernemingen als Shell onder bepaalde omstandigheden dit soort betalingen niet meer openbaar hoeven te maken, in nieuwe Europese wetgeving niet langer te steunen.

Terwijl de Engels-Nederlandse oliemultinational Shell zich in het centrum van dit voortdurende corruptieschandaal bevindt, lijkt Den Haag uit de pas te lopen met de wereldwijde trend naar meer transparantie. ‘Nederland is een land waar we naar kijken als het gaat om global governance. Het land heeft nu de historische kans om nieuwe Europese wetgeving te helpen maken, die gericht is op het voorkomen van corruptie. Maar als de Nederlandse regering doorgaat met het steunen van uitzonderingen, maakt ze duidelijk dat ze aan de verkeerde kant van de geschiedschrijving staat,’ zegt Simon Taylor, directeur van Global Witness. ‘Iedereen die naar de betalingen van Shell en Eni in Nigeria kijkt, kan duidelijk zien waarom we de strengst mogelijke wetgeving nodig hebben, zonder uitzonderingen.’

Steun van Nederland voor opt-out-mogelijkheden tijdens Europese onderhandelingen zou een overeenkomst over de Europese Transparantierichtlijn, die momenteel door de lidstaten wordt besproken, in de weg kunnen staan. Europese parlementariërs houden vol dat uitzonderingen de doelmatigheid van de voorgestelde wetgeving teniet zal doen. Het kan tevens de vorming van een nieuwe wereldwijde transparantie- en aansprakelijkheidsnorm voor de olie-, gas- en mijnindustrie in de weg staan. Toen Amerikaanse toezichthouders onlangs de regels voor Amerikaanse bedrijven uiteenzetten, werden uitzonderingen volledig afgewezen.

Ondertussen deint het schandaal rondom de betalingen van Shell in Nigeria uit. In 2011 betaalden Shell en Eni 1,1 miljard US dollar in ruil voor olieveld OPL-245, dat wordt beschouwd als een van de meest lucratieve olievelden in heel Nigeria. Hoewel de betaling in eerste instantie aan de Nigeriaanse overheid werd gedaan, werd het geld doorgesluisd naar Malabu Oil & Gas, een onderneming geleid door voormalig olieminister Dan Etete, die zich het olieveld eind jaren negentig toe-eigende. Etete werd in 2007 in Frankrijk tevens veroordeeld voor witwaspraktijken.

Rechtszaken en andere documenten die te maken hebben met het omstreden olieveld hebben duidelijk gemaakt dat Shell en Eni volledig op de hoogte waren van het feit dat het geld uiteindelijk naar Etetes bedrijf zou worden doorgesluisd. Het lijkt zeer waarschijnlijk dat de belangrijkste reden dat het geld in eerste instantie door de Nigeriaanse overheid werd ontvangen, was bedoeld om de schijn van een rechtstreekse deal tussen Shell & Eni en Etetes Malabu Oil & Gas te vermijden. Dit ondanks het feit dat vertegenwoordigers van beide ondernemingen in de jaren voorafgaand aan de betaling Etete hadden ontmoet in verband met onderhandelingen

betreffende de deal. Shell en Eni hebben in hun reacties aan Global Witness altijd nagelaten belangrijke vragen te beantwoorden omtrent hun relatie met Etete.

Ondertussen heeft Shell geprobeerd de voorgestelde Europese wetgeving af te zwakken, waarbij ze suggereerde dat transparantie in bepaalde landen onwettelijk zou zijn. Het idee dat leidinggevenden van ondernemingen strafrechtelijk aansprakelijk zouden kunnen worden gehouden voor het openbaar maken van ontvangsten ging ook rond onder Nederlandse functionarissen. Als gevolg is er binnen de EU veel gedebatteerd over de vraag of in bepaalde omstandigheden uitzonderingen moeten worden toegestaan. Toch zijn er geen geloofwaardige feiten aangevoerd om deze argumenten te onderbouwen. Global Witness heeft begrepen dat de Nederlandse regering op zijn minst overweegt om uitzonderingen op de voorgestelde regels te steunen, zoals via een uitgestelde werking (een ‘grandfathering clause’), waarbij ondernemingen zouden zijn vrijgesteld van het openbaar maken van betalingen, als kan worden aangetoond dat de nationale wetgeving van een land openbaarmaking verbiedt.

Als de EU werkelijk een geloofwaardige transparantiewetgeving wenst op te stellen, dan zijn uitzonderingen op openbaarmaking onaanvaardbaar. De EU mag geen slechte wetten maken door uitzonderingen toe te laten, al dan niet op basis van een “grandfather clause,” wat in de praktijk neerkomt op een veto voor Europese wetgeving ofwel een Dicator’s Charter. Uitzonderingen zouden ook in tegenstelling zijn met de intentie van de Europese Commissie om een gelijkwaardig speelveld te creëren tussen Europese en Amerikaanse bedrijven. Die laatste moeten voldoen aan de nieuwe Amerikaanse wetgeving, Bepaling 1504 van de Dodd-Frank Act, die geen uitzonderingen op openbaarmaking kent. De regelgeving van Bepaling 1504 werd overeengekomen na bijna twee jaar durende beraadslagingen door de Amerikaanse Securities & Exchange Commission (SEC), die concludeerde dat er geen ondersteunend bewijs was voor de beweringen van bedrijven over wetgeving die openbaarmaking verbood – en dat er daarom geen enkele basis was om uitzonderingen op vereisten tot openbaarmakingen toe te staan voor welk bedrijf dan ook, opererend in welk land dan ook.

Taylor voegde eraan toe: ‘Deze mogelijkheid om een nieuwe norm te creëren wat betreft transparantie en aansprakelijkheid voor de grondstoffensector staat nu onder druk en is afhankelijk van de keuzes die in Den Haag gemaakt gaan worden. De Nederlandse regering moet haar steun voor uitzonderingen nog eens goed overwegen. Anders loopt ze het risico dat ze wordt gezien als stroman van Shell, op een tijdstip dat vragen over Shells betalingen voor OPL-245 nog onbeantwoord zijn – met als effect dat Etete een bezit kon te gelde maken dat hij onteigende toen hij olieminister was onder de beruchte Nigeriaanse dictator generaal Sani Abacha. In plaats daarvan zou de Nederlandse regering haar reputatie eer aan moeten doen en steun moeten geven aan een krachtige Europese transparantiewetgeving zonder uitzonderingen, die overeenkomt met de Amerikaanse wetgeving. De proef op de som voor deze wet is het feit of ze het soort betalingen aanpakt die Shell en Eni voor OPL-245 hebben gedaan.

/ Einde

Contact:

Den Haag: Simon Taylor, 0044(0) 79571 42121, staylor@globalwitness.org; Dominic Eagleton, 0044(0) 77387 13016, deagleton@globalwitness.org

Londen: Brendan O’Donnell, 0044(0) 7912 517128, bodonnell@globalwitness.org

Global Witness voert onderzoeken en campagnes om conflicten en corruptie te voorkomen in verband met natuurlijke rijkdommen en daarmee verbonden schendingen van milieu- en mensenrechten